De Kracht van samenwerking

Hoe samenwerking tussen overheid, ngo's en onderzoekers leidde tot MSC certificering van de eerste tropische garnalenvisserij

In het noordoostelijke puntje van Zuid-Amerika, net ten noorden van Brazilië, ligt een voormalige Nederlandse kolonie, midden in een dicht regenwoud. Zo dicht zelfs dat het overgrote deel van de 500.000 inwoners op een smalle strook langs de kust leeft. Dit is Suriname.

Als je hier gaat pootjebaden, kijk je uit op mangrovebossen en uitgestrekte modderstroken van slib dat wordt aangevoerd door de machtige Amazonerivier. In de hier ontstane voedselrijke natuurlijke habitat komt een grote diversiteit aan gravende wezens voor, waarvan er eentje het gepresteerd heeft ministers, ngo's, wetenschappers en een Nederlandse visverwerker met elkaar om tafel te krijgen.

Als alternatief voor de traditionele, in verval geraakte visserij naar de Penaeus-garnaal stapten vissers in het midden van de jaren negentig van de vorige eeuw over op de Atlantische seabob (Xiphopenaeus kroyeri), een kleinere witte tropische garnaal die rijkelijk voorkomt in de Surinaamse kustwateren en het Caribische gebied. Een volwassen seabob-garnaal kan tot wel zes cm lang worden en leeft dichter langs de kust dan zijn soortgenoten, vaak in zeer grote aantallen.


"Zodra de vissers de visgronden bereiken, gooien ze een zogenaamd ‘try net’ uit om te controleren hoeveel seabob er op de zeebodem aanwezig is. Zo bepalen ze eerst of het wel de moeite waard is om hun trawlnetten uit te werpen. Omdat seabob-garnalen in zulke enorme aantallen leven, mag je ervan uitgaan dat ze behoorlijk selectief en zonder al te veel bijvangst gevangen kunnen worden, zolang je maar weet waar je moet zijn."
Dr. Tomas Willems, Surinaamse Ministerie van Landbouw, Veeteelt en Visserij

Suriname was binnen de kortste keren in staat uit te groeien tot de op twee na grootste producent van Atlantische seabob ter wereld.

Beelden © Tomas Willems

Beelden © Tomas Willems

Beelden © Tomas Willems

Beelden © Tomas Willems

Beelden © Tomas Willems

Beelden © Tomas Willems

Voldoen aan de marktvraag

Inspelend op de groeiende vraag naar duurzame visproducten op de Europese markten, besloot de Heiploeg Group - een van de grootste garnalenverwerkers van het continent en eigenaar van één van de twee seabob-visserijen in Suriname - in 2009 om MSC-beoordeling aan te vragen als onderdeel van haar maatschappelijk verantwoord ondernemen programma.

Maar, net als bij vele andere visserijen in ontwikkelingslanden, ontbrak het de seabob-visserij aan de volledige gegevens over langere perioden die nodig zijn om te kunnen voldoen aan de vereisten van het standaard MSC-beoordelingsproces. Daarom werd deze visserij als een van de eerste visserijen ter wereld gedeeltelijk beoordeeld volgens het zogenaamde MSC risicodragend raamwerk. Dit raamwerk voorziet in een gestructureerde richtlijn die gehanteerd kan worden om te bepalen hoe groot het risico is dat een visserij met ontoereikende gegevens een nadelige invloed op soorten, habitats en aangrenzende ecosystemen heeft. Dit programma is speciaal ontwikkeld om alle visserijen in gelijke mate toegang te bieden tot het MSC-programma en de aanverwante voordelen.

Tijdens een eerste voorstudie kwam aan het licht dat de visserij een aantal zaken zou moeten verbeteren om voor certificering in aanmerking te komen. Zo bleek de visserij niet over een formele beoordeling van bestanden te beschikken, schoot de visserij tekort in haar gegevensverzameling en was er geen strategie voor het managen van interactie met bedreigde en beschermde soorten in het visgebied. Deze feedback bleek voor de visserij het beslissende zetje om echt werk te maken van verandering.

Toen de Heiploeg Group ertoe overging de MSC-vereisten in te zetten als stimulans voor verbeteringen in de duurzaamheid van de visserij, kwamen ze al snel tot het inzicht dat samenwerking met collega-vissers, wetenschappers en de Surinaamse overheid een onmisbare sleutel tot succes was.

Een bemanningslid van de Neptune op het dek. Afbeelding © Tomas Willems

Een bemanningslid van de Neptune op het dek. Afbeelding © Tomas Willems

Samenwerking was cruciaal

Binnen de visserij werd er al snel een seabob-werkgroep ingesteld, waarin vertegenwoordigers van de enige concurrent in Suriname (Namoona/SAIL), de Surinaamse overheid en ngo's als het WNF zitting namen. De groep kwam maandelijks bijeen om het beheer van de visserij te bespreken.

Om er zeker van te zijn dat de visbestanden niet werden overbevist, gaf de Surinaamse overheid opdracht tot een uitgebreide beoordeling van bestanden. In een samenwerking tussen vissers en wetenschappers werden over een periode van twee jaar 300.000 vangstmonsters genomen die, aangevuld met overheidscijfers, de basis vormden voor de ontwikkeling van een toegestane duurzame vangsthoeveelheid en de introductie van regels ten aanzien van vangstbeheer om overbevissing van bestanden te voorkomen.

De visserij had zelf al voorzieningen getroffen om schildpadden uit de netten te weren, maar om de bijvangst nog verder terug te dringen werden er twee ontsnappingspanelen (netdelen met een grotere maaswijdte) voor de hele vloot verplicht gesteld om zo de bijvangst van andere soorten, zoals kleine vissen, tot een minimum te beperken. Tijdens praktijktests bleek de bijvangst met 12 tot 40 procent teruggebracht te kunnen worden - een resultaat waarvan niet alleen de populaties van niet-doelsoorten konden profiteren, maar ook de efficiëntie van bedrijfsactiviteiten omdat er aan dek minder sorteerwerk nodig bleek.

Bijvangstreductie paneel, geïntroduceerd om te voldoen aan de MSC eisen.

Bijvangstreductie paneel, geïntroduceerd om te voldoen aan de MSC eisen.

Wereldprimeur voor de tropische garnaal

Al deze verbeteringen betaalden zichzelf in 2011 terug toen de Surinaamse seabob-visserij als eerste visserij naar tropische garnalen ter wereld de MSC certificering in de wacht wist te slepen.

Sinds de certificering heeft de visserij zich tot het uiterste ingespannen om nadere informatie te verzamelen, bedrijfsactiviteiten te verbeteren en te voldoen aan de best practice. Onderzoek bevestigde dat de seabob-vangst buiten de visserij om geen negatieve impact op het visbestand had, dat er niet te vaak kwetsbare soorten als bijvangst naar boven werden gehaald en dat de bijvangst tot een minimum beperkt werd door verdere verfijning van eerder geïntroduceerde ontsnappingspanelen.


“De aan de visserij gestelde voorwaarden fungeerden als het ware als een trigger voor een aanzienlijk aantal nieuwe onderzoeken en leidden tot veel positieve betrokkenheid. Van veel van het nieuwe onderzoek naar het mariene milieu rond Suriname zou niks terecht zijn gekomen zonder de aan certificering gestelde voorwaarden.”
Tristan Southall, beoordelaar van visserijen

In dezelfde periode heeft de Surinaamse overheid een bedrag van 20 miljoen dollar geïnvesteerd in inspectievaartuigen, enerzijds ter versterking van de bewakings- en surveillanceprogramma's en anderzijds ter onderstreping van het commitment ten aanzien van de duurzame visserij. Al deze gezamenlijke inspanningen hebben hun vruchten afgeworpen. In 2016 werd de visserij opnieuw gecertificeerd nadat bleek dat er aan alle oorspronkelijk gestelde voorwaarden was voldaan.

"Dankzij de enthousiaste samenwerking tussen de vissers, de overheid en de industrie wist de Surinaamse seabob-visserij de vele uitdagingen op weg naar certificering succesvol te doorstaan. Wij hopen dat de verbeteringen die tot stand zijn gebracht en de voordelen waarvan we nu profiteren een inspiratiebron zullen zijn voor visserijen in andere met Suriname vergelijkbare landen om ook uitgebreid werk te maken van MSC certificering.”


Dirk-Jan Parlevliet, CEO van Heiploeg

© Tomas Willems

© Tomas Willems